ECLI:NL:CRVB:2012:BY3788
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na beëindiging Ziektewet-uitkering
Verzoeker was werkzaam als beveiliger en viel uit met psychische klachten. Na beëindiging van zijn dienstverband kreeg hij een Ziektewet-uitkering die na 104 weken werd stopgezet. Verzoeker stelde bezwaar en hoger beroep in tegen deze beëindiging.
Hij verzocht om een voorlopige voorziening omdat hij sinds het einde van zijn uitkering geen inkomsten meer heeft. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker niet met relevante gegevens aannemelijk heeft gemaakt dat hij in een financiële noodsituatie verkeert of dreigt te verkeren.
Daarmee was niet voldaan aan de voorwaarde van onverwijlde spoed zoals vereist in de Algemene wet bestuursrecht. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.