ECLI:NL:CRVB:2012:BY3663
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- E.J. Govaers
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stellen bijstandaanvraag wegens niet tijdig aanleveren gegevens
Appellante diende op 12 maart 2010 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college verzocht haar op 14 april 2010 om aanvullende stukken vóór 22 april 2010 aan te leveren, met de waarschuwing dat bij uitblijven van deze gegevens de aanvraag niet in behandeling zou worden genomen.
Appellante stelde dat zij de gevraagde stukken tijdig op 21 april 2010 in de brievenbus van het stadhuis had gedeponeerd en dat haar gemachtigde dit op 22 april telefonisch had bevestigd. Het college ontving de stukken echter pas op 23 april 2010, buiten de gestelde termijn. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van het college ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellante haar stelling niet aannemelijk heeft gemaakt. De Raad benadrukt dat het college op grond van artikel 4:5 Awb Pro bevoegd is een aanvraag buiten behandeling te stellen indien noodzakelijke gegevens niet tijdig worden verstrekt, mits een hersteltermijn is geboden. Omdat appellante de stukken niet tijdig heeft ingeleverd en geen extra hersteltermijn noodzakelijk was, is het college bevoegd geweest het besluit te nemen.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt buiten behandeling gesteld omdat de gevraagde gegevens niet tijdig zijn verstrekt.