ECLI:NL:CRVB:2012:BY3300
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit inhouding bestuursrechtelijke premie op pensioen bij derdenbeslag
Appellant ontvangt een pensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet. De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft op basis van een vonnis en een dwangbevel derdenbeslag gelegd op het pensioen van appellant om achterstallige zorgverzekeringspremies en bestuursrechtelijke boetes te innen. De Svb heeft besloten vanaf juli en augustus 2010 respectievelijk bedragen van €132,35 per maand in te houden op het pensioen.
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen deze besluiten, stellende dat de Svb zich niet aan de wettelijke rekenvoorschriften houdt. De rechtbank Almelo heeft het beroep ongegrond verklaard en geoordeeld dat de Svb en de bestuursrechter niet bevoegd zijn om de omvang en geldigheid van het beslag te toetsen, maar slechts of de Svb binnen het kader van het beslag de juiste betalingsbeslissing heeft genomen.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij dit oordeel en bevestigt dat de Svb wettelijk verplicht is de bestuursrechtelijke premie in te houden, ook indien het uit te betalen bedrag lager is dan de beslagvrije voet. Dit volgt uit artikel 18e, vijfde lid, van de Zorgverzekeringswet en artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De Raad ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en bevestigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Sociale verzekeringsbank de bestuursrechtelijke premie correct inhoudt binnen het kader van het derdenbeslag.