ECLI:NL:CRVB:2012:BY2824
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering AOW-uitkering wegens ontbreken bewijs ingezetenschap of verzekering
Appellant heeft verzocht om een AOW-uitkering met de stelling dat hij tussen 1966 en 1970 in Rotterdam heeft gewerkt en gewoond. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft dit onderzocht en bij diverse instanties navraag gedaan, maar er is geen bewijs gevonden dat appellant in Nederland heeft verbleven of gewerkt en verzekerd was volgens de AOW.
De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard, en ook in hoger beroep heeft appellant geen aanvullende bewijsstukken kunnen overleggen die zijn stellingen ondersteunen. De Raad heeft vastgesteld dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij gedurende enig tijdvak ingezetene van Nederland was of loonbelasting heeft betaald.
De Raad concludeert dat appellant niet als verzekerd ingevolge de AOW kan worden aangemerkt en bevestigt daarom de eerdere uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de AOW-uitkering wegens ontbreken bewijs van ingezetenschap of verzekering.