ECLI:NL:CRVB:2012:BY2809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening verzekerde tijdvakken AOW ondanks betwisting eigendomsrecht
Appellant betwistte de herziening van zijn verzekerde tijdvakken voor de AOW, omdat hij sinds zijn terugkeer in 1999 in Nederland heeft gewerkt en premies heeft betaald. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) had echter vastgesteld dat appellant niet rechtmatig in Nederland verbleef sinds 1999, waardoor hij op grond van artikel 6 van Pro de AOW niet verzekerd was.
De rechtbank had het bezwaar van appellant gegrond verklaard vanwege onvoldoende motivering door de Svb, maar verwierp het beroep op schending van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol (EP) bij het EVRM. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de herziening een wettelijke grondslag heeft en een legitiem doel dient.
De Raad overwoog dat, zelfs als de aanspraak van appellant als eigendom wordt gezien, de inbreuk gerechtvaardigd is omdat de koppelingswetgeving een redelijk en proportioneel middel is om het algemeen belang te dienen. Het feit dat appellant premies zou hebben betaald, verandert hier niets aan. Er is geen sprake van een buitensporige last voor appellant.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de eerdere uitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant niet verzekerd was voor de AOW vanaf 1999 vanwege onrechtmatig verblijf en wijst het hoger beroep af.