ECLI:NL:CRVB:2012:BY1349

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-229 WSFBSF
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • T. Hoogenboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Middelburg, maar dit beroep ingetrokken nadat de Minister op 2 juli 2012 een nieuwe beslissing op bezwaar nam waarin volledig aan het bezwaar van appellante werd tegemoetgekomen.

De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet het bestuursorgaan op verzoek van de indiener van het beroepschrift kan worden veroordeeld in de proceskosten indien het beroep wordt ingetrokken wegens volledige tegemoetkoming.

De Raad veroordeelt de Minister tot vergoeding van de reiskosten van € 15,54 die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken voor het bijwonen van de zitting bij de rechtbank. Vergoeding van reiskosten in hoger beroep wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs. Kosten voor advieswerkzaamheden worden niet vergoed omdat alleen kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand bestaande uit proceshandelingen voor vergoeding in aanmerking komen.

De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten met toestemming van partijen en sprak de beslissing uit in het openbaar op 26 oktober 2012.

Uitkomst: De Minister wordt veroordeeld tot vergoeding van € 15,54 aan proceskosten wegens reiskosten van appellante.

Uitspraak

11/229 WSFBSF
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 17 december 2010, 10/778 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellante)
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Minister)
Datum uitspraak: 26 oktober 2012
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
De Minister heeft op 2 juli 2012 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht de Minister te veroordelen in de proceskosten.
De Minister heeft een reactie gegeven.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat appellante het hoger beroep heeft ingetrokken omdat met de nieuwe beslissing op bezwaar van 2 juli 2012 volledig aan het bezwaar van appellante is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 15,54 voor de reiskosten die appellante heeft gemaakt voor het bijwonen van de zitting bij de rechtbank.
Met betrekking tot de gevorderde reiskosten in hoger beroep is de Raad van oordeel dat deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat van reiskosten in hoger beroep niet is gebleken en appellante deze vordering niet met bewijsstukken heeft onderbouwd.
Voor wat betreft de vordering van vergoeding van de kosten voor advieswerkzaamheden door S. Beilsma in hoger beroep overweegt de Raad dat er geen aanleiding bestaat deze advieswerkzaamheden te vergoeden. Daartoe is in aanmerking genomen dat op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht uitsluitend kosten in verband met beroepsmatig verleende rechtsbijstand, bestaande uit proceshandelingen, voor vergoeding in aanmerking komen.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot de Minister wenden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep veroordeelt de Minister in de kosten van appellante tot een bedrag van € 15,54.
Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 oktober 2012.
(getekend) T. Hoogenboom
(getekend) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen