ECLI:NL:CRVB:2012:BY1208
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 15 tot 35 procent
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin zijn arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld en een WAO-uitkering werd toegekend met een mate van 15 tot 25%, later herzien naar 25 tot 35%. Hij stelde dat zijn klachten onvoldoende in aanmerking waren genomen, onderbouwd met een rapport van een bedrijfsarts.
De rechtbank Groningen heeft het beroep ongegrond verklaard en het oordeel van een door haar ingeschakelde revalidatiearts gevolgd, die het bestreden besluit medisch deugdelijk gemotiveerd achtte. In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe medische informatie aangevoerd die het oordeel van de deskundige zou ondermijnen.
De Centrale Raad van Beroep volgt de vaste rechtspraak dat het oordeel van een onafhankelijke deskundige door de bestuursrechter wordt gevolgd, tenzij bijzondere omstandigheden afwijking rechtvaardigen. Die omstandigheden zijn hier niet aanwezig. Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 oktober 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot toekenning van de WAO-uitkering wordt bevestigd.