ECLI:NL:CRVB:2012:BY0212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.C.W. Lange
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening besluit inhoudende korting en intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant ontving sinds 1997 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Het UWV had in 2005 kortingen toegepast op deze uitkering over de periode 2000 tot en met 2002 en de uitkering per 1 januari 2003 ingetrokken, omdat appellant toen geacht werd duurzaam inkomsten te kunnen verwerven. Appellant vroeg in 2009 herziening van deze besluiten, maar het UWV wees dit af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit afwijzingsbesluit ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep grotendeels dezelfde argumenten aan, waaronder dat de Belastingdienst hem niet van fraude had beschuldigd terwijl het UWV dat wel deed, en dat getuigen in de strafzaak geen belang hadden om in zijn voordeel te verklaren. De Raad oordeelde dat deze argumenten geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormden en dat nieuwe feiten die pas in hoger beroep werden ingebracht niet in aanmerking konden worden genomen.
De Raad benadrukte dat een bestuursorgaan bevoegd is om een herhaalde aanvraag inhoudelijk te behandelen, maar dat de bestuursrechter zich bij een handhaving van het eerdere besluit moet beperken tot de vraag of er nieuwe feiten of omstandigheden zijn die herziening rechtvaardigen. Omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd, bevestigde de Raad het bestreden besluit en daarmee de eerdere besluiten van het UWV.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de kortingen en intrekking van de WAO-uitkering te herzien wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.