ECLI:NL:CRVB:2012:BY0116
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake hervatting WAO-uitkering na beëindiging
Verzoeker had een WAO-uitkering die per 1 augustus 2011 werd beëindigd vanwege onttrekking aan een strafmaatregel. Hij maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om de uitkering te hervatten. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam verklaarde het bezwaar gegrond en bepaalde dat de uitkering doorloopt tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
Het bezwaar werd uiteindelijk ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de uitkering werd gehandhaafd. Verzoeker stelde beroep in en vroeg opnieuw om een voorlopige voorziening om de uitkering te hervatten in afwachting van de uitspraak in hoger beroep.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van een spoedeisend financieel belang. Verzoeker ontving een uitkering in zijn woonland en had een ziektekostenverzekering afgesloten. De Raad stelde dat het belang niet zodanig zwaarwegend was dat de hoofdzaak niet kon worden afgewacht. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot hervatting van de WAO-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.