ECLI:NL:CRVB:2012:BX9433
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening arbeidsongeschiktheid naar 55-65% en afwijzing toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante kreeg per 1 juni 2005 een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Het UWV herzag de mate van arbeidsongeschiktheid per 8 februari 2010 naar 35-45%, maar na bezwaar is dit verhoogd naar 55-65%. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze herziening ongegrond, omdat het medisch onderzoek correct was uitgevoerd en geen concrete aanknopingspunten voor een ander oordeel aanwezig waren.
Appellante meldde zich op 30 maart 2010 toegenomen arbeidsongeschikt, maar het UWV wees dit af per 25 maart 2010. Ook het bezwaar hiertegen werd ongegrond verklaard door de rechtbank, die oordeelde dat met de beperkingen van appellante voldoende rekening was gehouden en dat er geen aanwijzingen waren voor meer beperkingen dan in de Functionele Mogelijkheden Lijst van 8 september 2009 waren opgenomen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen groter waren dan aangenomen, onder meer door een somatisatiestoornis, en bracht zij aanvullende medische rapporten in. De Raad oordeelde echter dat deze nieuwe informatie geen aanleiding gaf om het eerdere oordeel te herzien. De medische en arbeidskundige beoordelingen waren zorgvuldig en volledig, en de tijdelijke verslechtering per 25 maart 2010 was van korte duur en leidde niet tot blijvende toename van beperkingen.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraken van de rechtbank en zag geen reden om appellante door een deskundige te laten onderzoeken. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter C.W.J. Schoor op 5 oktober 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering naar 55-65% en wijst het beroep tegen de weigering van toegenomen arbeidsongeschiktheid af.