ECLI:NL:CRVB:2012:BX9427
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking kinderbijslag wegens ontbreken aanspraakgevend onderwijs
Appellant diende een schoolverklaring in waaruit bleek dat zijn zoon, C., in het schooljaar 2007-2008 aanspraakgevend onderwijs volgde. Op basis hiervan kende de Sociale Verzekeringsbank (Svb) tweevoudige kinderbijslag toe. Later verrichtte de Attaché voor Sociale Zaken van de Nederlandse ambassade in Marokko een onderzoek bij de onderwijsinstelling, waaruit bleek dat C. slechts van 15 september tot 31 oktober 2007 was ingeschreven en dat er geen schooldossier beschikbaar was ter verificatie.
De Svb trok daarop de kinderbijslag vanaf het vierde kwartaal 2007 in en vorderde een bedrag terug, met een boete. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen door de Svb en vervolgens ook door de rechtbank. In hoger beroep stelde appellant dat het onderzoek ontoereikend was en dat C. wel degelijk aanspraakgevend onderwijs volgde, ondanks ziekteperioden.
De Raad overwoog dat het onderzoek van de Attaché toereikend was en dat appellant niet slaagde in het aannemelijk maken van het volgen van aanspraakgevend onderwijs. De verklaringen van de directrice en medestudenten werden niet overtuigend geacht, mede door het ontbreken van een schooldossier en tegenstrijdigheden in verklaringen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de kinderbijslag bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de kinderbijslag wordt bevestigd omdat niet is aangetoond dat de zoon aanspraakgevend onderwijs volgde.