ECLI:NL:CRVB:2012:BX9267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WAO-uitkering wegens onvoldoende bewijs van onafgebroken arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een WAO-uitkering op grond van arbeidsongeschiktheid die zou zijn ingetreden in december 1991. Hij overlegt medische stukken, waaronder verklaringen van artsen uit Marokko en enkele Nederlandse documenten zoals recepten en afsprakenkaarten. Het UWV heeft de aanvraag meerdere malen niet in behandeling genomen vanwege onvoldoende gegevens en heeft uiteindelijk de aanvraag afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond voor wat betreft de aanvangsdatum van de arbeidsongeschiktheid, maar wees het beroep verder af. Appellant ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat ook psychische klachten meespelen en dat nader medisch onderzoek had moeten plaatsvinden.
De Raad stelt vast dat appellant onvoldoende medische stukken uit Nederland heeft overgelegd die de aard, oorzaak en behandeling van zijn klachten aantonen. Psychische klachten zijn niet aannemelijk gemaakt; de verklaringen zijn inconsistent en dateren deels van jaren na de relevante periode. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij vanaf 29 januari 1991 onafgebroken 52 weken arbeidsongeschikt is geweest. Het tijdsverloop en het ontbreken van medische informatie zijn voor zijn rekening.
De Raad concludeert dat appellant niet voldoet aan de voorwaarden voor een WAO-uitkering en bevestigt het besluit van het UWV tot afwijzing. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag voor een WAO-uitkering wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onafgebroken 52 weken arbeidsongeschiktheid.