ECLI:NL:CRVB:2012:BX9078

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-1378 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.F. Bandringa
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WWB
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging gedeeltelijke ontheffing arbeidsverplichtingen op grond van WWB na medisch en arbeidskundig onderzoek

Appellant ontvangt bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam onderzocht door Achmea Vitale om zijn belastbaarheid vast te stellen. De bedrijfsarts concludeerde dat appellant beperkt belastbaar is voor licht en eenvoudig werk zonder hoge werkdruk, terwijl de arbeidsdeskundige een traject voor maatschappelijke participatie adviseerde.

Op basis van deze rapportages besloot het college appellant gedeeltelijk te ontheffen van de arbeidsverplichtingen en hem te verplichten te solliciteren voor 10 tot 26 uur per week. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat het medische advies onzorgvuldig was en dat hij volledig arbeidsongeschikt moest worden geacht.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat geen aanwijzingen bestonden dat het onderzoek onzorgvuldig was of dat de conclusies onjuist waren. De medische en arbeidskundige rapportages zijn zorgvuldig opgesteld en er zijn geen medische gegevens aangeleverd die de vastgestelde belastbaarheid tegenspreken.

Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en blijft de gedeeltelijke ontheffing van de arbeidsverplichtingen van kracht.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de gedeeltelijke ontheffing van arbeidsverplichtingen blijft gehandhaafd.

Uitspraak

11/1378 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 januari 2011, 10/4822 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B. ]
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)
Datum uitspraak 2 oktober 2012.
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. E. Stap, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 september 2012. Namens appellant is verschenen mr. Stap. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I. van Kesteren.
OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellant ontvangt bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB).
1.2. Op verzoek van het college heeft Achmea Vitale een medisch en arbeidskundig onderzoek verricht om de belastbaarheid van appellant vast te stellen. De bedrijfsarts heeft in zijn rapportage van 6 april 2010 vastgesteld dat appellant beperkt belastbaar is voor licht en heel eenvoudig werk zonder hoge werkdruk. De arbeidsdeskundige is in haar rapport van 6 april 2010 tot de conclusie gekomen dat appellant aangemeld kan worden voor een traject gericht op maatschappelijke participatie.
1.3. De onder 1.2 genoemde rapportages hebben het college aanleiding gegeven om bij besluit van 22 juni 2010 appellant gedeeltelijk te ontheffen van de arbeidsverplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de WWB. Appellant wordt verplicht om te solliciteren naar werk waarvoor hij geschikt is voor 10 tot 26 uur per week.
1.4. Bij besluit van 25 augustus 2010 (bestreden besluit) heeft het college de bezwaren van appellant tegen het besluit van 22 juni 2010 ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep heeft appellant zijn standpunt herhaald dat sprake is van een onzorgvuldig medische advies. Appellant is volledig arbeidsongeschikt te achten.
4. De Raad overweegt als volgt.
4.1. In artikel 9, eerste lid, van de WWB zijn de verplichtingen tot arbeidsinschakeling opgenomen. Artikel 9, tweede lid, van de WWB biedt het college de mogelijkheid om in individuele gevallen tijdelijk ontheffing te verlenen van de verplichtingen als bedoeld in het eerste lid, indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
4.2. Geen aanknopingspunten bestaan voor het oordeel dat het onderzoek door Achmea Vitale niet zorgvuldig is geweest dan wel dat de conclusies ervan niet juist zijn. In de medische advisering van 6 april 2010 zijn de schouder- en nekklachten alsmede de psychische klachten van appellant meegenomen in de beoordeling. De bedrijfsarts heeft de conclusie getrokken dat appellant medisch gezien beperkingen heeft, maar hij heeft appellant niet volledig arbeidsongeschiktheid geacht. Ook de door de bedrijfsarts opgevraagde informatie bij PuntP is meegewogen in zijn beoordeling. Uit deze informatie blijkt dat vermoedelijk sprake is van licht verminderde begaafdheid. De bedrijfsarts acht appellant daarom belastbaar voor licht en vooral heel eenvoudig werk zonder hoge werkdruk. Door appellant zijn geen medische gegevens overgelegd waaruit blijkt dat de door de bedrijfsarts vastgestelde belastbaarheid onjuist zou zijn. De stelling van appellant dat hij volledig arbeidsongeschikt is, treft dan ook geen doel. Daarom moet dan ook worden uitgegaan van de bevindingen en conclusies zoals vervat in de beschikbare medische en arbeidskundige rapportages.
4.4. Uit het voorgaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.F. Bandringa, in tegenwoordigheid van N.M. van Gorkum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2012.
(getekend) J.F. Bandringa
(getekend) N.M. van Gorkum
IJ