ECLI:NL:CRVB:2012:BX8780
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als agrarisch medewerker, kreeg zijn WAO-uitkering ingetrokken per 26 oktober 2005 omdat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid op minder dan 15% stelde. Later meldde appellant zich opnieuw arbeidsongeschikt met hoofdpijn en depressieve klachten, waarna het UWV een nieuwe WAO-uitkering toekende van 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid per 29 augustus 2007.
Appellant voerde bezwaar aan tegen deze beoordeling en stelde dat zijn klachten ernstiger waren dan vastgesteld, mede op basis van ziektewetrapportages waarin sprake zou zijn van depressieve symptomen en een gedragscomponent. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde echter de eerdere conclusies en vond geen aanleiding tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het UWV voldoende zorgvuldig en gemotiveerd had gehandeld en dat de medische rapportages geen aanleiding gaven tot een ander oordeel. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en bevestigt het bestreden besluit, waarbij geen nieuwe feiten of argumenten zijn aangevoerd die tot een andere beoordeling leiden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.