ECLI:NL:CRVB:2012:BX8619
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag AOW-pensioen wegens ontbreken verzekering en nieuwe feiten
Appellant heeft een AOW-pensioen aangevraagd met de stelling dat hij in de periode vanaf oktober 1977 bij verschillende werkgevers in Nederland heeft gewerkt. Dit verzoek werd op 4 mei 2000 afgewezen wegens het ontbreken van een verzekeringsperiode onder de AOW. Het bezwaar en daaropvolgende beroep werden ongegrond verklaard, waarbij de rechtbank en de Raad de afwijzing bevestigden.
Appellant diende later een nieuwe aanvraag in met de mededeling dat hij van december 1977 tot mei 1978 bij een werkgever in Nederland werkte, waarna hij ziek werd en terugkeerde naar Marokko. Deze aanvraag werd eveneens afgewezen omdat dit geen nieuwe feiten of omstandigheden betrof zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro. De rechtbank oordeelde dat het nieuwe argument ook eerder aangevoerd had kunnen worden en dat er geen aanleiding was het oorspronkelijke besluit te herzien.
In hoger beroep stelde appellant dat hij geen aanvullende gegevens kon overleggen omdat hij zijn papieren kwijt was geraakt. De Raad concludeerde dat dit geen aanleiding gaf tot herziening van het besluit. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om AOW-pensioen wordt afgewezen wegens ontbreken van verzekering en nieuwe feiten.