ECLI:NL:CRVB:2012:BX8463

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 september 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-2571 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.F. Bandringa
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 BeroepswetArt. 8:54 Algemene wet bestuursrechtArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep wegens niet-tijdige betaling griffierecht

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Middelburg. De Centrale Raad van Beroep heeft appellante bij brief van 10 mei 2012 en opnieuw bij aangetekende brief van 11 juni 2012 gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van € 115,-- binnen 28 dagen na verzending van de brief. Ondanks deze waarschuwingen heeft appellante het griffierecht niet tijdig betaald.

Op grond van artikel 22 van Pro de Beroepswet is het betalen van griffierecht een vereiste voor ontvankelijkheid van het beroepschrift. De Raad heeft op basis van de beschikbare gegevens geoordeeld dat appellante in verzuim is geweest en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk zonder verdere inhoudelijke behandeling.

De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door J.F. Bandringa, in aanwezigheid van griffier P.N. Rijnsewijn, en is uitgesproken in het openbaar op 18 september 2012.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

12/2571 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 22 maart 2012, 11/896 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Goes
Datum uitspraak: 18 september 2012
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
OVERWEGINGEN
In artikel 22 van Pro de Beroepswet is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven.
Bij brief van 10 mei 2012 is appellante erop gewezen dat een griffierecht van € 115,-- is verschuldigd, en is medegedeeld dat het volledige verschuldigde bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de bankrekening van de Centrale Raad van Beroep moet zijn bijgeschreven.
Bij aangetekende brief van 11 juni 2012 is appellante nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen 28 dagen dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel ter griffie dient te zijn gestort. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig betaald is, appellante er rekening mee moet houden dat het (hoger) beroep niet inhoudelijk behandeld zal worden.
De Raad stelt vast dat het griffierecht niet binnen de termijn is betaald.
Nu op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest, acht de Raad het hoger beroep kennelijk
niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door J.F. Bandringa, in tegenwoordigheid van P.N. Rijnsewijn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 september 2012.
(getekend) J.F. Bandringa
(getekend) P.N. Rijnsewijn
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.