ECLI:NL:CRVB:2012:BX8455

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 september 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-5284 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.F. Bandringa
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep en afwijzing verzoek proceskostenvergoeding

Appellante heeft op 9 september 2011 hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Breda. Vervolgens heeft zij het hoger beroep ingetrokken en verzocht het college van burgemeester en wethouders van Tilburg te veroordelen in de proceskosten.

De Raad heeft vastgesteld dat appellante bij brief van 19 maart 2012 uitdrukkelijk heeft verklaard geen proceskosten te hebben gemaakt in beroep en hoger beroep. Het college heeft geen verweerschrift ingediend en partijen stemden in met het achterwege laten van een zitting.

Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet kan het bestuursorgaan op verzoek van de indiener van het beroepschrift worden veroordeeld in de kosten indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan het verzoek tegemoet is gekomen.

De Raad oordeelt echter dat geen aanleiding bestaat tot vergoeding van proceskosten, omdat appellante geen kosten heeft gemaakt. Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt daarom afgewezen.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 september 2012.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat appellante geen proceskosten heeft gemaakt.

Uitspraak

11/5284 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 22 juli 2012, 11/921 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Tilburg (college)
Datum uitspraak: 18 september 2012
PROCESVERLOOP
Appellante heeft op 9 september 2011 hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat appellante het hoger beroep heeft ingetrokken en dat door appellante een verzoek om veroordeling in de proceskosten is gedaan.
De Raad is van oordeel dat er geen aanleiding bestaat tot vergoeding van proceskosten. Appellante heeft bij brief van 19 maart 2012 en het daarbij gevoegde ingevulde formulier proceskosten uitdrukkelijk aangegeven dat zij in beroep en in hoger beroep geen proceskosten in enigerlei vorm heeft gemaakt.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door J.F. Bandringa, in tegenwoordigheid van P.N. Rijnsewijn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 september 2012.
(getekend) J.F. Bandringa
(getekend) P. N. Rijnsewijn