ECLI:NL:CRVB:2012:BX8448
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering en langdurigheidstoeslag wegens overschrijding vrij te laten vermogen
Appellante ontving bijstand en langdurigheidstoeslag, waarbij haar vermogen werd vastgesteld op basis van verkoop van de echtelijke woning en een erfdeel van haar vader. Het college vorderde terugbetaling van bijstandskosten en intrekking van de langdurigheidstoeslag wegens overschrijding van het vrij te laten vermogen.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond voor de langdurigheidstoeslag, maar ongegrond voor de terugvordering van bijstand. In hoger beroep betoogde appellante dat het college moest uitgaan van een eerdere tussentijdse vermogensvaststelling, maar de Raad verwierp dit omdat het ging om een voorlopige vaststelling in afwachting van de definitieve nalatenschapsafwikkeling.
De Raad oordeelde dat het college bevoegd was de terugvordering en intrekking toe te passen op basis van het totaal aan ontvangen middelen en de toepasselijke vermogensgrenzen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en langdurigheidstoeslag wegens overschrijding van het vrij te laten vermogen.