ECLI:NL:CRVB:2012:BX7968

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 september 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-1907 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • T. Hoogenboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 22, vijfde lid, BeroepswetBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een WAO-zaak. Het UWV kwam geheel tegemoet aan de bezwaren van appellant door een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De Raad stelde vast dat het hoger beroep was ingetrokken vanwege de volledige tegemoetkoming door het UWV. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet kon het UWV op verzoek van appellant worden veroordeeld in de proceskosten.

De Raad beoordeelde de proceskosten en stelde deze vast op in totaal € 2.479,85, bestaande uit kosten in beroep en hoger beroep en kosten voor medische informatie. De Raad wees erop dat het griffierecht door appellant rechtstreeks bij het UWV kan worden gevorderd. De uitspraak werd gedaan door rechter T. Hoogenboom in aanwezigheid van griffier P.N. Rijnsewijn.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.479,85 aan proceskosten aan appellant.

Uitspraak

11/1907 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 februari 2011, 09/2202 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 21 september 2012
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. E.M. van den Brom hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft op 11 juli 2012 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen
Bij brief van 16 juli 2012 is namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft bericht zich te refereren aan het oordeel van de Raad.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken omdat het Uwv geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen. Gelet hierop bestaat er aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant. Omdat het Uwv de kosten van bezwaar reeds heeft vergoed staat de Raad slechts de proceskosten in beroep en hoger beroep ter beoordeling.
Deze kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 874,-- in beroep en € 874,-- in hoger beroep en met betrekking tot de vordering van de kosten ter hoogte van € 731,85 inzake medische informatie van behandelaars, in totaal een bedrag groot € 2.479,85.
De Raad merkt verder op dat uit artikel 22, vijfde lid, van de Beroepswet volgt dat appellant zich met het verzoek om vergoeding van het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht tot het Uwv kan wenden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.479,85.
Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van P.N. Rijnsewijn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 september 2012.
(getekend) T. Hoogenboom
(getekend) P.N. Rijnsewijn