ECLI:NL:CRVB:2012:BX7956
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ouderdomspensioen wegens onvoldoende bewijs AOW-verzekering
Appellant, woonachtig in Marokko, verzocht in juli 2009 om een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Hij stelde dat hij in 1971 en 1972 in Nederland had gewoond en gewerkt bij een scheepsonderhoudsbedrijf. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees het verzoek af omdat niet was vastgesteld dat appellant verzekerd was geweest voor de AOW.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar ook dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit oordeel na onderzoek, waarbij de Svb diverse registers en instanties had bevraagd zonder bevestiging van appellant's stellingen. In hoger beroep stelde appellant opnieuw dat hij in Nederland had gewoond en gewerkt, maar de Raad onderschreef het eerdere oordeel dat op basis van de verstrekte gegevens dit niet aannemelijk was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de afwijzing van het verzoek om een ouderdomspensioen. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot cassatie bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending van het arrest.
Uitkomst: Het verzoek om een ouderdomspensioen wordt afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Nederland voor de AOW verzekerd was.