ECLI:NL:CRVB:2012:BX6954
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing terugwerkende kracht ouderdomspensioen wegens ontbreken bijzonder geval
Appellant heeft in september 2010 een aanvraag ingediend voor een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag aanvankelijk af, maar kende na bezwaar het pensioen toe met ingang van 1 september 2009, zonder terugwerkende kracht tot de pensioengerechtigde leeftijd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond omdat appellant niet voldeed aan de criteria voor een bijzonder geval zoals bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de AOW. Appellant stelde dat hij reeds in 1992 een aanvraag had ingediend bij het Bureau voor woonlandzaken, maar dat deze nooit was behandeld, waardoor hij ten onrechte dacht geen recht te hebben op AOW.
De Raad oordeelde dat de aanvraag uit 1992 niet als aanvraag voor een Nederlands ouderdomspensioen kon worden beschouwd en dat de enkele opgave van werkjaren in Nederland onvoldoende was om te concluderen dat appellant een ouderdomspensioen wilde aanvragen. De ingangsdatum van het pensioen werd daarom terecht vastgesteld op september 2009. Het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de ingangsdatum van het ouderdomspensioen blijft september 2009.