ECLI:NL:CRVB:2012:BX6933

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 september 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-6109 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • H.J. Simon
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek herziening onherroepelijke uitspraak inzake AOW-besluit

De appellant verzocht om herziening van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 25 februari 2011, waarin het beroep tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank niet-ontvankelijk werd verklaard wegens termijnoverschrijding. De Raad toetste het verzoek aan artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat herziening mogelijk maakt indien nieuwe feiten of omstandigheden vóór de uitspraak plaatsvonden, bij de verzoeker niet bekend waren en redelijkerwijs ook niet bekend konden zijn, en die bij eerdere bekendheid tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.

De appellant heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die aan deze criteria voldoen. Het verzoek richtte zich slechts op de materiële inhoud van het besluit op bezwaar, hetgeen niet voldoende is voor herziening. De Raad concludeerde daarom dat niet is voldaan aan de maatstaven voor herziening van een onherroepelijke uitspraak.

Het verzoek om herziening is derhalve afgewezen. Tevens werd geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen op grond van artikel 8:75 van Pro de Awb. De uitspraak werd gedaan door rechter H.J. Simon, in aanwezigheid van griffier M.R. Schuurman, en uitgesproken in het openbaar op 7 september 2012.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de onherroepelijke uitspraak is afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

11/6109 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 25 februari 2011, 10/3050
Partijen:
[A. te B. ] (verzoeker)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 7 september 2012
PROCESVERLOOP
Appellant heeft een verzoek om herziening van bovengenoemde uitspraak van de Raad ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 juli 2012. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.
OVERWEGINGEN
1.1. De Raad heeft bij uitspraak van 25 februari 2011, waarvan herziening is gevraagd, de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 april 2010 bevestigd. Bij deze uitspraak had de rechtbank het beroep van verzoeker tegen het besluit van de Svb van 5 juni 2007 niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
1.2. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 21 van Pro de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
1.3. Verzoeker heeft bij brief van 28 mei 2011 om herziening verzocht van de bovenvermelde uitspraak van de Raad. Hierbij heeft hij enkel gronden aangevoerd die betrekking hebben op de materiële inhoud van het besluit op bezwaar.
2.1. De Raad stelt vast dat verzoeker geen feiten of omstandigheden heeft vermeld die bij hem vóór de uitspraak van 25 februari 2011 niet bekend waren en die hem redelijkerwijs ook niet bekend konden zijn, en die, waren ze bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden, zoals bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb.
2.2. Uit het vorenstaande vloeit voort dat niet is voldaan aan de in artikel 8:88 van Pro de Awb gegeven maatstaven voor herziening van een onherroepelijk geworden uitspraak. Het verzoek om herziening moet om die reden worden afgewezen.
2.3. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb inzake vergoeding van proceskosten.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon, in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 september 2012.
(getekend) H.J. Simon
(getekend) M.R. Schuurman