ECLI:NL:CRVB:2012:BX6897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WAO-uitkering en verrekening toeslag
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Amsterdam die de terugvordering van een onverschuldigd betaalde WAO-uitkering en de verrekening van een nabetaling op grond van de Toeslagenwet met dat terugvorderingsbedrag bevestigden.
Het UWV had de WAO-uitkering van appellant met ingang van 28 januari 2005 verlaagd van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100% naar 25-35%. Ondanks deze verlaging betaalde het UWV op verzoek van appellant ten onrechte de hogere uitkering uit, wat leidde tot een terugvordering van €47.357,62 over de periode 2005-2008. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze terugvordering ongegrond.
Appellant voerde aan dat de uitspraak van de rechtbank Amsterdam uit 2006, waarin zijn beroep tegen het besluit tot verlaging gegrond werd verklaard, betekende dat zijn arbeidsongeschiktheid als 80-100% moest worden beschouwd. De Centrale Raad oordeelde echter dat de rechtbank in die uitspraak de rechtsgevolgen van het besluit tot verlaging in stand liet, waardoor de verlaging rechtsgeldig bleef.
De Raad bevestigde dat het UWV terecht tot terugvordering is overgegaan en dat alleen bij dringende redenen van terugvordering kan worden afgezien, welke appellant onvoldoende had gesteld. Ook de verrekening van de nabetaling op grond van de Toeslagenwet met het terugvorderingsbedrag werd door de Raad bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de onverschuldigde WAO-uitkering en de verrekening van de nabetaling met het terugvorderingsbedrag.