ECLI:NL:CRVB:2012:BX6766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na medische beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, sinds 1999 arbeidsongeschikt verklaard wegens fibromyalgie, werkte vanaf 2005 als telemarketeer. Het UWV trok haar WAO-uitkering meerdere keren in en toe, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid varieerde. Na bezwaar verklaarde het UWV haar arbeidsongeschikt voor 25-35% vanaf oktober 2006, maar zonder urenbeperking vanaf maart 2007. De rechtbank Utrecht vernietigde het bestreden besluit deels vanwege onduidelijkheid over de urenbeperking.
In hoger beroep stelde appellante dat haar vermoeidheidsklachten en diagnose CVS onvoldoende werden erkend en dat onterecht geen urenrestrictie werd toegepast. De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat het medische onderzoek adequaat was, de wijziging in diagnose naar persoonlijkheidsstoornis NAO voldoende gemotiveerd, en de medische stukken geen aanleiding gaven tot een ander oordeel.
De Raad concludeerde dat de beoordeling van arbeidsongeschiktheid en het ontbreken van een urenbeperking vanaf 28 maart 2007 op een juiste medische grondslag berustte. De functies werden medisch passend geacht en er was geen reden tot aanvullend medisch onderzoek. Het hoger beroep werd afgewezen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.