ECLI:NL:CRVB:2012:BX6234
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens ontbreken privaatrechtelijke dienstbetrekking
Appellant, algemeen directeur en aandeelhouder van een BV, meldde zich arbeidsongeschikt en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV kende hem een voorschot toe, maar stelde later vast dat hij niet verplicht verzekerd was omdat geen sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking vanwege het ontbreken van een gezagsverhouding.
De rechtbanken verklaarden de beroepen van appellant tegen de weigering van de WIA-uitkering en de terugvordering van voorschotten ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel degelijk in dienstbetrekking was, onder meer omdat hij organisatorische aanwijzingen moest opvolgen en loonbelasting en premies werden afgedragen.
De Raad oordeelde dat appellant als algemeen directeur zelfstandig bevoegd was, ook na overdracht van aandelen de feitelijke leiding voerde en dat geen werkinhoudelijke instructies of toezicht mogelijk waren. De Raad concludeerde dat geen gezagsverhouding bestond en bevestigde de eerdere uitspraken. Het verzoek om uitstel van zitting wegens ziekenhuisopname werd afgewezen omdat appellant zich liet vertegenwoordigen.
De Raad stelde vast dat het UWV terecht de WIA-uitkering weigerde en de onverschuldigd betaalde voorschotten mocht terugvorderen. Er waren geen dringende redenen om daarvan af te zien. De aangevallen uitspraken werden bevestigd en de zaak werd in het openbaar beslist op 31 augustus 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen WIA-uitkering toekomt wegens ontbreken van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.