ECLI:NL:CRVB:2012:BX5809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzonder geval voor toekenning Wajong-uitkering
Appellant heeft op 22 mei 2007 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) kende bij besluit van 7 juni 2011 de uitkering toe met ingang van 22 mei 2006, een jaar voor de aanvraag, omdat geen sprake was van een bijzonder geval zoals bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Wajong.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat appellant in staat was geweest eerder een aanvraag in te dienen, eventueel met hulp van derden. Onbekendheid met de Wajong en het ontbreken van een later ontstaan van duidelijkheid over de ernst van de aandoening werden als geen bijzondere omstandigheden aangemerkt.
In hoger beroep betoogde appellant dat het oordeel van de rechtbank onjuist was. De Centrale Raad van Beroep volgde echter de overwegingen van de rechtbank en oordeelde dat appellant geen nieuwe, wezenlijke argumenten had aangevoerd. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Ch. van Voorst en griffier I.J. Penning op 22 augustus 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat geen sprake is van een bijzonder geval en wijst het verzoek om schadevergoeding af.