ECLI:NL:CRVB:2012:BX5552
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing periodieke uitkering op grond van Wuv wegens ondeugdelijke motivering
Appellante, geboren in 1944 uit een gemengd huwelijk met een joodse vader, diende in maart 2010 een aanvraag in voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Verweerder wees deze aanvraag af omdat geen vervolging kon worden vastgesteld en handhaafde dit besluit na bezwaar.
Tijdens het beroep stelde appellante dat zij na haar geboorte met haar moeder ondergedoken had gezeten, wat zij ook tijdens de bezwaarprocedure had gemeld. Verweerder had echter geen onderzoek ingesteld naar deze onderduik en gaf hierover geen oordeel in het bestreden besluit.
De Raad oordeelde dat het besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid was voorbereid en ondeugdelijk was gemotiveerd, in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom werd het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.