ECLI:NL:CRVB:2012:BX5379

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 augustus 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-49 WAO-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in WAO-uitkering afgewezen

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een WAO-uitkering. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat de gronden van het hoger beroep niet binnen de gestelde termijn van vier weken waren ingediend.

Appellant stelde in verzet dat de brief van de Raad van 10 februari 2012 niet aangetekend was verzonden en dat hij deze pas op 9 maart 2012 per gewone post ontving, waardoor hij niet tijdig kon reageren. De Raad stelde vast dat de brief wel degelijk aangetekend was verzonden en dat appellant geen bewijs overlegde van late ontvangst.

De Raad achtte het bovendien niet aannemelijk dat een aangetekende brief naar Marokko vier weken onderweg zou zijn geweest. Omdat geen feiten of omstandigheden waren gebleken die het verzuim konden rechtvaardigen, werd het verzet ongegrond verklaard.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 20 augustus 2012.

Uitkomst: Het verzet van appellant wordt ongegrond verklaard wegens verzuim bij het indienen van de gronden van het hoger beroep.

Uitspraak

12/49 WAO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 november 2011, 11/3758 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 20 augustus 2012
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 30 maart 2012 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 30 maart 2012 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 2 augustus 2012, waar partijen - het Uwv met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 30 maart 2012 berust op de overwegingen dat de gronden van het hoger beroep niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 10 februari 2012 gestelde termijn van vier weken zijn ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat de gronden van het hoger beroep zijn ingediend bij faxbericht van 12 maart 2012. Dat is na het verstrijken van de termijn, die eindigde op 9 maart 2012.
In het verzetschrift heeft appellant aangegeven dat de brief van de Raad van 10 februari 2012 niet aangetekend is verzonden en dat hij deze brief pas op 9 maart 2012, per gewone post, heeft ontvangen.
De Raad stelt in de eerste plaats vast dat de brief van 10 februari 2012, blijkens het verzendregister van de Raad, per aangetekende post aan appellant is verzonden. De brief is bij de Raad niet terug ontvangen en is daarna niet ook nog een keer per gewone post verzonden. De Raad stelt vervolgens vast dat appellant geen bewijsstukken heeft overgelegd waaruit de late ontvangst van de brief kan worden afgeleid. De Raad acht ook niet aannemelijk dat een aangetekend verzonden brief naar Marokko vier weken onderweg zou zijn. Nu ook overigens niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat appellant niet in verzuim is geweest, dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2012.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
KR