ECLI:NL:CRVB:2012:BX5223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid
Appellant, die sinds januari 2006 arbeidsongeschikt was, werd vanaf 14 januari 2008 niet meer in aanmerking gebracht voor een WIA-uitkering omdat hij geschikt werd geacht voor passende functies met een inkomen dat zijn arbeidsongeschiktheid op minder dan 35% stelde.
Na een ziekmelding per 29 januari 2010 heeft het UWV bij besluit van 9 juni 2010 vastgesteld dat appellant geen recht had op een Ziektewetuitkering omdat hij niet ongeschikt werd geacht voor arbeid. Het bezwaar tegen dit besluit werd op 28 juli 2010 ongegrond verklaard.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij zwaar woog op de rapporten van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts. Appellant voerde in hoger beroep zijn psychische klachten aan, maar bracht geen nieuwe medische gegevens in die het oordeel konden weerleggen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, omdat de medische beoordeling op verantwoorde wijze is uitgevoerd en geen reden bestaat om daarvan af te wijken. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.