ECLI:NL:CRVB:2012:BX5066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.J. Govaers
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvangen sinds 2000 bijstand en kregen bij besluit van 9 juni 2008 een verlaging van 10% gedurende een maand opgelegd wegens het niet tijdig melden van de maandelijkse heffingskorting van de minstverdienende partner. Het college stelde dat appellanten de inlichtingenverplichting hadden geschonden. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellanten tegen deze verlaging ongegrond.
Appellanten voerden in hoger beroep aan dat zij de beschikking van de belastingdienst wel tijdig hadden ingeleverd, maar dit niet konden bewijzen vanwege het ontbreken van een ontvangstbewijs van de sociale dienst. Tevens stelden zij dat de maatregel niet proportioneel was, omdat het benadelingsbedrag gering was en de Afstemmingsverordening te categorisch werd toegepast.
De Raad oordeelde dat het redelijkerwijs duidelijk moest zijn dat de heffingskorting invloed had op het recht op bijstand en dat appellanten de plicht hadden dit onverwijld te melden. Aangezien zij dit niet aannemelijk konden maken, was de inlichtingenverplichting geschonden. De opgelegde verlaging van 10% gedurende een maand was in overeenstemming met de Afstemmingsverordening en proportioneel gezien het benadelingsbedrag van circa €87. De standaardmaatregelen in de verordening overschrijden de grenzen van redelijke wetgeving niet.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting.