ECLI:NL:CRVB:2012:BX4916

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 augustus 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-7186 WAO-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, vijfde lid AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in WAO-zaken ongegrond verklaard

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een WAO-zakenprocedure. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het niet tijdig was ingediend. Appellant deed hiertegen verzet en stelde dat hij het hogerberoepschrift op tijd had ingediend, maar leverde geen bewijs.

De Raad verzocht appellant bewijs te leveren van de aangetekende verzending van het hogerberoepschrift, maar appellant reageerde niet. Bij de zitting was appellant aanwezig, maar het Uwv was afwezig. De Raad concludeerde dat appellant geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die het eerdere oordeel konden wijzigen.

Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond en wees zij een veroordeling in de proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door rechter T.G.M. Simons en griffier D.W.M. Kaldenhoven op 17 augustus 2012.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

11/7186 WAO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 juni 2011, 10/3477 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak 17 augustus 2012.
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 24 februari 2012 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 24 februari 2012 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 2 augustus 2012, waar partijen - het Uwv met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 1 augustus 2011.
Bij brief van 21 november 2011 heeft appellant bij de Raad geïnformeerd naar zijn hogerberoepschrift van 8 juli 2011. De Raad heeft appellant bij brief van 28 december 2011 medegedeeld geen hogerberoepschrift te hebben ontvangen. Daarbij is appellant verzocht bewijs over te leggen waaruit de (aangetekende) verzending van het hogerberoepschrift kan worden afgeleid. Appellant heeft daarop niet gereageerd.
De uitspraak van de Raad van 24 februari 2012 berust op de overwegingen dat het hoger beroep - dat appellant geacht wordt te hebben ingesteld met zijn brief van 21 november 2011 - niet tijdig is ingesteld, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
In verzet heeft appellant aangevoerd dat hij zich hiermee niet kan verenigen aangezien hij op 8 juli 2011 een hogerberoepschrift heeft ingediend. Appellant heeft dit echter niet met bewijsstukken onderbouwd.
De Raad stelt vast dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die leiden tot het oordeel dat de uitspraak van de Raad van 24 februari 2012 onjuist is.
Dit betekend dat het verzet ongegrond moet worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 augustus 2012.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
TM