ECLI:NL:CRVB:2012:BX4910
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering nabestaandenuitkering op grond van ANW wegens ontbreken vrijwillige verzekering echtgenoot
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de weigering van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) om haar een nabestaandenuitkering toe te kennen op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). Haar echtgenoot, die in Nederland had gewerkt maar in Marokko woonde en overleed, was ten tijde van zijn overlijden niet meer verplicht verzekerd ingevolge de ANW.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard. In hoger beroep stelde appellante dat zij aanspraak had op de uitkering en bereid was premie te betalen voor een vrijwillige verzekering van haar overleden echtgenoot. De Svb gaf aan dat de echtgenoot tot 1 januari 2000 verplicht verzekerd was, maar daarna niet meer, en dat hij waarschijnlijk niet was geïnformeerd over de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering.
De Raad oordeelde dat de echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was krachtens de ANW en ook niet vrijwillig verzekerd was. Daarnaast was niet gebleken dat hij verzekerd was volgens de Marokkaanse wetgeving, waardoor ook op grond van het bilaterale verdrag geen recht op een Nederlandse uitkering bestaat. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de nabestaandenuitkering bevestigd.