ECLI:NL:CRVB:2012:BX3462
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor alternatieve functies
Appellante was arbeidsongeschikt verklaard en ontving een uitkering op grond van de WAO. Na een herbeoordeling door het UWV werd geconcludeerd dat zij geschikt was voor andere functies, waarna het recht op ziekengeld werd beëindigd per 26 november 2009.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar gezondheidssituatie was verslechterd door een carpaaltunnelsyndroom en psychische klachten, waardoor zij niet geschikt zou zijn voor de voorgestelde functies. De Raad beoordeelde echter dat deze stellingen niet medisch onderbouwd waren en dat de bezwaarverzekeringsarts haar beperkingen zorgvuldig had vastgesteld.
De Raad oordeelde dat het UWV voldoende inzichtelijk en overtuigend had gemotiveerd waarom appellante geschikt was voor de functies van voedingsassistente en gordijnnaaister. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld bevestigd.