ECLI:NL:CRVB:2012:BX2640
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor laatst verrichte werk
Appellant was werkzaam als afwasser/schoonmaker voor 35 uur per week en viel uit op 29 juli 2009 vanwege rug- en psychische klachten. Na medisch onderzoek door een verzekeringsarts op 25 februari 2010 werd geconcludeerd dat appellant geschikt was voor zijn laatst verrichte werk vanaf 1 maart 2010. Het UWV beëindigde daarop het recht op ziekengeld per die datum.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat de verhoogde pijnmedicatie en voortdurende psychische problemen hem ongeschikt maakten voor zijn werk. Hij overhandigde een behandelplan van oktober 2010 ter onderbouwing. De bezwaarverzekeringsarts en het UWV bleven bij hun standpunt dat appellant geschikt was, mede op basis van medisch dossieronderzoek en de stabiliteit van zijn psychische toestand rond de datum van het besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de klachten van appellant op de relevante datum niet tot ongeschiktheid leidden. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van 9 december 2010 werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het recht op ziekengeld per 1 maart 2010 wordt beëindigd.