ECLI:NL:CRVB:2012:BX2508
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving sinds 2004 bijstand met toeslag vanwege gedeelde woonkosten. Na een onderzoek stelde het college vast dat zij vanaf 13 maart 2009 een gezamenlijke huishouding voerde met een ander, wat leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand.
Appellante voerde aan dat zij slechts tijdelijk verbleef vanwege een noodsituatie, maar de Raad stelde vast dat zij al sinds 2001 bij de ander woonde en dat sprake was van wederzijdse zorg en financiële verstrengeling die de grenzen van een zakelijke huurrelatie overschrijden.
De Raad oordeelde dat het ontbreken van intentie om samen te wonen niet relevant is en dat de objectieve feiten en omstandigheden voldoende grondslag bieden om van een gezamenlijke huishouding te spreken. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding worden bevestigd.