ECLI:NL:CRVB:2012:BX1251
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Wuv wegens ontbreken Nederlandse nationaliteit appellant
Appellante heeft in oktober 2008 een aanvraag ingediend om gelijkgesteld te worden met vervolgingsslachtoffers op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers (Wuv), vanwege de internering en het overlijden van haar vader tijdens de Japanse bezetting.
De aanvraag werd aanvankelijk afgewezen en deze afwijzing werd gehandhaafd bij het bestreden besluit van 1 december 2010. Uit het onderzoek en de verklaringen van familieleden bleek dat appellante's ouders niet gehuwd waren en dat zij nooit door haar vader erkend is. Hierdoor kreeg en behield zij bij haar geboorte de Indonesische nationaliteit van haar moeder.
Omdat appellante nooit de Nederlandse nationaliteit heeft gehad en geen vervolging in de zin van de Wuv heeft ondergaan, kan zij op grond van artikel 3 van Pro de Wuv geen aanspraken op een uitkering doen gelden. De Raad volgt het verweerder in deze beoordeling en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van de Nederlandse nationaliteit.