ECLI:NL:CRVB:2012:BX1238
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of veranderde omstandigheden
Appellant verzocht het UWV om terug te komen op eerdere beslissingen waarbij hem een WAO-uitkering werd geweigerd wegens het ontbreken van verzekering op het moment van arbeidsongeschiktheid in 1992. Het UWV handhaafde deze weigering, stellende dat geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de medische verklaringen geen nieuw licht op de zaak wierpen en appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij sinds juni 1992 onafgebroken arbeidsongeschikt was. In hoger beroep herhaalde appellant zijn stelling, maar de Raad concludeerde dat deze enkel een herinterpretatie van reeds bekende feiten betrof.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht het verzoek afwees op grond van het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden. Tevens werd vastgesteld dat het bestreden besluit ook de weigering op grond van de WAO-besluiten van 2002 omvatte. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op eerdere beslissingen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.