ECLI:NL:CRVB:2012:BX1234
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenbehandelingstelling WAO-aanvraag wegens ontbrekende gegevens
Appellant diende een aanvraag in voor een WAO-uitkering, waarbij hij stelde ernstig ziek en volledig arbeidsongeschikt te zijn door ziekte opgelopen tijdens werkzaamheden in Nederland. Het UWV stelde vast dat er onvoldoende verzekeringsgegevens waren en verzocht appellant om aanvullende informatie. Ondanks een hersteltermijn verstrekte appellant niet de gevraagde gegevens, waarna het UWV de aanvraag niet verder in behandeling nam.
Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, stellende dat zijn dossier compleet was en hij dringend een uitkering nodig had vanwege ziekte en gebrek aan inkomsten. Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond omdat de gevraagde aanvullende gegevens noodzakelijk waren voor beoordeling en niet waren aangeleverd binnen de gestelde termijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het UWV bevoegd was om de aanvraag buiten behandeling te laten conform artikel 4:5 Awb Pro, ook al had het UWV concreter kunnen zijn over welke gegevens ontbraken. Appellant had voldoende duidelijkheid gehad over de noodzaak van aanvullende gegevens en was redelijkerwijs in staat deze te verstrekken.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door J.W. Schuttel, met J.R. Baas als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 6 juli 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de WAO-aanvraag terecht buiten behandeling heeft gesteld wegens onvoldoende gegevens.