ECLI:NL:CRVB:2012:BX0648
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig stukadoor, ontving sinds 2000 een WAO-uitkering wegens diverse lichamelijke en psychische klachten, vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Na een herbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige in 2009 werd deze mate van arbeidsongeschiktheid bevestigd en de geschiktheid voor bepaalde functies vastgesteld.
Appellant voerde bezwaar aan tegen het besluit, stellende dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat belangrijke medische informatie, met name van behandelend specialisten, onvoldoende was betrokken. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde echter het eerdere oordeel, waarna het bezwaar ongegrond werd verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de informatie van de huisarts en psychiater was meegewogen. In hoger beroep betoogde appellant dat de psychische klachten en rugklachten waren onderschat.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek adequaat was, dat de psychiaterinformatie was betrokken en dat er geen aanwijzingen waren voor een invaliderende psychiatrische stoornis. Ook de lichamelijke klachten, waaronder niersteenproblematiek en rugklachten, waren voldoende onderzocht en geobjectiveerd. De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en het bestreden besluit.
Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen. De uitspraak werd op 6 juli 2012 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAO-uitkering ongewijzigd blijft op 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid.