ECLI:NL:CRVB:2012:BX0479
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanspraak op hogere aansluitende WW-uitkering na nieuw recht op WW
Appellant was werkzaam bij de gemeente IJsselstein in een tijdelijke aanstelling die eindigde op 1 oktober 2006. Hij ontving een WW-uitkering en een aanvullende BW-uitkering op grond van de CAR/UWO, berekend naar een arbeidsurenverlies van 36 uur per week. Na beëindiging van zijn WW-uitkering naar 12 uur per week op 2 december 2009, ontstond per 1 januari 2010 een nieuw recht op WW-uitkering wegens werkloosheid.
Appellant verzocht om voortzetting van zijn BW-uitkering rekening houdend met volledige werkloosheid, hetgeen door het college werd afgewezen en gehandhaafd na bezwaar. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat op grond van artikel 21, eerste lid, van de WW, in samenhang met artikel 10a:21 van de CAR/UWO, geen aanspraak kan worden gemaakt op een hogere aansluitende uitkering dan die gebaseerd op het eerdere arbeidsurenverlies van 12 uur.
Het betoog van appellant dat de bepalingen betreffende herleving van het recht op uitkering in de WW zijn vervallen, wordt verworpen omdat appellant niet in rechte is opgekomen tegen eerdere besluiten die de BW-uitkering aanpasten. Ook de stelling dat de aansluitende uitkering later is ingegaan en op andere voorwaarden gebaseerd moet worden, faalt omdat het nieuwe recht op WW per 1 januari 2010 leidend is voor de toepassing van de CAR/UWO.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Appellant kan geen aanspraak maken op een hogere aansluitende uitkering dan die op basis van 12 uur arbeidsurenverlies vanwege het ontstaan van een nieuw recht op WW per 1 januari 2010.