ECLI:NL:CRVB:2012:BW9249
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening WAO-uitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin zijn aanvraag voor een WAO-uitkering werd afgewezen wegens het ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid sinds 15 september 2005. Tevens verzocht hij om een voorlopige voorziening om gedurende het hoger beroep een voorschot op de WAO-uitkering te ontvangen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld aan de hand van het criterium van onverwijlde spoed. Verzoeker stelde dat spoed aanwezig was vanwege hoge tandartskosten waarvoor hij betalingsherinneringen ontving, en dat hij hierover een procedure had lopen bij de rechtbank tegen de gemeente over bijzondere bijstand.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitkomst van de lopende procedure kan worden afgewacht, mede omdat de zitting pas eind september 2012 gepland staat. Daarnaast had verzoeker nog geen betalingsregeling met de tandarts besproken en was er geen sprake van incassomaatregelen. Gelet hierop ontbrak een spoedeisend belang.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor een voorschot op de WAO-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.