ECLI:NL:CRVB:2012:BW8577
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen vaststelling inkomensafhankelijke bijdrage Zvw op AOW-pensioen
Appellant ontving een AOW-pensioen met inhouding van een inkomensafhankelijke bijdrage Zvw. Hij maakte bezwaar tegen de berekening en de hoogte van deze inhouding. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat appellant een maximaal AOW-pensioen ontving en geen materieel belang zou hebben.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn bezwaar juist betrekking had op de netto berekening van het pensioen, met name de hoogte van de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw. De Raad overwoog dat de Svb als inhoudingsplichtig orgaan niet bevoegd is om te beslissen over bezwaren tegen de vaststelling van deze bijdrage. De Svb had het bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren en het bezwaarschrift moeten doorzenden naar de Rijksbelastingdienst.
De Raad vernietigde daarom het gedeelte van de uitspraak en het bestreden besluit dat betrekking had op de vaststelling van de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw, verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en zond het door naar de Rijksbelastingdienst. Voor het overige bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank. Tevens veroordeelde de Raad de Svb in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de vaststelling van de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw is niet-ontvankelijk verklaard en doorgezonden naar de Rijksbelastingdienst.