ECLI:NL:CRVB:2012:BW7253
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging recht op zorg in woonland Spanje op grond van Vo 1408/71 ondanks niet-verzekering Zvw
Appellant, geboren in 1935 en woonachtig in Spanje, ontvangt een AOW-pensioen uit Nederland en verricht geen betaalde werkzaamheden meer. Op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) werd hij door het College voor zorgverzekeringen (Cvz) aangemerkt als verdragsgerechtigde met recht op zorg in het woonland, waarvoor een bijdrage werd ingehouden op zijn pensioen.
Appellant maakte bezwaar tegen de voorlopige jaarafrekening van de Zvw-bijdrage over 2007, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit oordeel, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
In hoger beroep stelde appellant dat hij geen rechten kon ontlenen aan de artikelen 28 en 28bis van Verordening 1408/71 omdat hij niet verzekerd zou zijn volgens de Zvw. De Raad overwoog echter dat het voor de toepassing van deze artikelen niet van belang is of appellant in Nederland verzekerd is, maar of hij in zijn pensioenland recht op verstrekkingen zou hebben als hij daar woonde. Dit is bevestigd door het Hof van Justitie in het arrest Van Delft e.a. (C-345/09).
De Raad concludeerde dat appellant aan deze voorwaarde voldoet en derhalve recht heeft op zorg in Spanje ten laste van Nederland. De uitleg van appellant over artikel 28 van Pro Vo 1408/71 wordt niet gevolgd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.