ECLI:NL:CRVB:2012:BW7179

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-582 ANW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, vijfde lid, AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling griffierecht afgewezen

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit beroep werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet betalen van het griffierecht binnen de gestelde termijn.

Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring heeft appellante verzet gedaan. Tijdens de zitting waren beide partijen niet aanwezig. De Raad constateert dat appellante geen verklaring heeft gegeven voor het niet betalen van het griffierecht en ook geen inhoudelijke gronden voor het verzet heeft aangevoerd, ondanks meerdere verzoeken om deze in te dienen.

De Raad concludeert daarom dat het verzet niet-ontvankelijk is en ziet geen aanleiding om appellante te veroordelen in de proceskosten van het verzet. De uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven.

Uitkomst: Het verzet van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht en het ontbreken van verzetgronden.

Uitspraak

11/582 ANW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 november 2010, 10/1077 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak 25 mei 2012.
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 16 september 2011 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 16 september 2011 heeft appellante verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 16 april 2012, waar partijen - de Svb met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 16 september 2011 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 27 mei 2011 gestelde (laatste) termijn van twaalf weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat het griffierecht niet is betaald.
In het verzetschrift heeft appellante geen verklaring gegeven voor het feit dat zij het griffierecht niet heeft betaald. Appellante heeft - slechts - aangegeven dat zij meent recht te hebben op een pensioen.
De Raad heeft appellante bij brief van 14 oktober 2011 in de gelegenheid gesteld de gronden van het verzet in te dienen. Bij - aangetekend verzonden - brief van 14 november 2011 is appellante nogmaals in de gelegenheid gesteld de gronden in te dienen. Daarbij is erop gewezen dat zij er rekening mee moet houden dat het verzet niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien de gronden niet tijdig worden ingediend.
Appellante heeft bij brief van 28 november 2011 geantwoord dat zij in aanmerking wil komen voor een pensioen.
De Raad kan niet anders dan concluderen dat appellante in verzet geen gronden heeft aangevoerd, zodat het verzet niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 mei 2012.
(get.) T.G.M. Simons
(get.) D.W.M. Kaldenhoven
TM
DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) déclare l' opposition contre la présente décision interjeté non-recevable.
Par conséquent, décidée par T.G.M. Simons en présence de D.W.M. Kaldenhoven en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 25 mai 2012.