ECLI:NL:CRVB:2012:BW7164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen intrekking bijstand en terugvordering over 2005-2008
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam tot intrekking van bijstand en terugvordering van een bedrag over de periode van 1 januari 2005 tot en met 14 april 2008. Dit besluit volgde op een eerdere uitspraak van de rechtbank die het oorspronkelijke besluit deels vernietigde en het college opdroeg een nieuw besluit te nemen.
Het college beperkte bij het nieuwe besluit de terugvordering tot de periode 2005-2008 en stelde het bedrag vast op € 42.163,54. De beroepsgronden van appellante herhaalden grotendeels eerdere, reeds verworpen gronden. De Raad oordeelde dat het nieuwe besluit is genomen in overeenstemming met de onherroepelijke uitspraak van de rechtbank en dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een andere beoordeling rechtvaardigen.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het griffierecht dat appellante eerder betaalde, wordt geacht te worden terugbetaald. De uitspraak werd gedaan door rechter T.G.M. Simons op 29 mei 2012.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking van bijstand en terugvordering over 2005-2008 wordt ongegrond verklaard.