ECLI:NL:CRVB:2012:BW6862
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij WGA-uitkering
Appellante, werkzaam als adviseur particulieren, heeft een loongerelateerde WGA-uitkering gekregen wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van 35 tot 80%. Na bezwaar en beroep tegen dit besluit is de uitkering per 16 augustus 2010 beëindigd en is een loonaanvullingsuitkering toegekend. Appellante heeft geen IVA-uitkering aangevraagd en er is geen sprake van gevolgen door re-integratieverplichtingen.
De Raad beoordeelt of appellante voldoende procesbelang heeft bij het hoger beroep. Gezien het feit dat de loongerelateerde WGA-uitkering is beëindigd en appellante haar bezwaren bij de loonaanvullingsuitkering kon aanvoeren, is het nastreven van een ander resultaat in deze procedure feitelijk zonder betekenis.
De Raad constateert tevens dat appellante geen nieuwe objectieve medische gegevens heeft ingebracht die twijfel aan de eerdere conclusies rechtvaardigen. Daarom wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.