ECLI:NL:CRVB:2012:BW6238
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.G. Treffers
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging berisping wegens onvoldoende bewijs plichtsverzuim huiselijk geweld politieman
Appellant, werkzaam als buurtagent bij de politieregio Groningen, werd berispt wegens vermeend plichtsverzuim bestaande uit huiselijk geweld jegens zijn ex-partner H. De korpsbeheerder baseerde dit op een rapport en verklaringen, waaronder een vermeende schop in 2004 en een poging tot seks op 12 juli 2008.
Na aanvullend onderzoek en een verantwoordingsgesprek werd de berisping opgelegd, gevolgd door een overplaatsing. Appellant stelde bezwaar en ging in beroep en hoger beroep tegen de berisping, waarbij hij de beschuldigingen ontkende.
De Raad oordeelde dat de bewijslast onvoldoende was om overtuigend vast te stellen dat appellant de hem verweten gedragingen heeft begaan. Met name de verklaringen over de schop liepen sterk uiteen en de verklaring van H over de poging tot seks werd door tegenstrijdige verklaringen en ontlastende getuigenverklaringen aan twijfel onderhevig geacht.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, herroept het primaire besluit en veroordeelde de korpsbeheerder tot vergoeding van griffierechten en kosten van rechtsbijstand aan appellant.
Uitkomst: De berisping wegens plichtsverzuim huiselijk geweld wordt vernietigd wegens onvoldoende overtuigend bewijs.