ECLI:NL:CRVB:2012:BW6039
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.W.J. Schoor
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering ondanks beroep op rechtsverwerking en dringende redenen
Appellant, een voormalig schoonmaker, ontving sinds 1996 een WAO-uitkering die uiteindelijk werd berekend op 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Na herbeoordeling en ontdekking van inkomsten uit arbeid in de periode 2004-2008 besloot het UWV tot terugvordering van ten onrechte betaalde uitkeringen.
Appellant stelde dat de terugvordering niet had mogen plaatsvinden vanwege rechtsverwerking en een combinatie van sociale en medische dringende redenen, waaronder een myocardinfarct in 2010. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de terugvordering binnen de wettelijke verjaringstermijn viel en dat geen sprake was van schending van de redelijke termijn.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en voegde toe dat appellant geen bewijs leverde dat eerder dan 2006 melding van inkomsten was gedaan. Medische rapporten toonden geen zwaardere arbeidsongeschiktheid aan die terugvordering zou verhinderen. Het beroep op rechtsverwerking en dringende redenen faalde derhalve, en de terugvordering werd bevestigd.
Uitkomst: De terugvordering van ten onrechte betaalde WAO-uitkeringen wordt bevestigd en het beroep van appellant wordt afgewezen.