ECLI:NL:CRVB:2012:BW5083
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.J. Govaers
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WWB-uitkering wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Aan appellant is bij besluit van 13 november 2008 een bijstandsuitkering toegekend met een verlaging van 10% voor zes maanden wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, omdat appellant een bedrag had ontvangen en dit deels had gebruikt om schulden af te lossen zonder deze volledig aan te tonen.
Appellant maakte bezwaar tegen het uitblijven van een heroverweging van deze maatregel binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van drie maanden. Het bestuur verklaarde het bezwaar gegrond en voerde alsnog een heroverweging uit, waarbij de verlaging werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de maatregel niet mocht worden opgelegd voor gedragingen voorafgaand aan de toekenning van bijstand en dat de heroverwegingstermijn van drie maanden een fatale termijn was, waardoor het heroverwegingsbesluit onwettig en nietig zou zijn. De Raad oordeelde dat de termijn geen fatale termijn is en dat het bestuur bevoegd blijft om ook na het verstrijken van de termijn de maatregel te heroverwegen. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De verlaging van de WWB-uitkering wordt bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.