ECLI:NL:CRVB:2012:BW5038
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij zich baseerde op medische rapporten van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts, die de belastbaarheid van appellant vaststelden.
De bezwaarverzekeringsarts nam daarbij ook informatie mee van de huisarts en een psychologisch rapport, en stelde aanvullende beperkingen vast vanwege een vermoedelijke autisme spectrum stoornis. Appellant bracht nieuwe medische stukken in, waaronder een rapport waarin de diagnose Asperger werd bevestigd, maar de rechtbank oordeelde dat deze geen nieuwe relevante gegevens bevatten die tot een bijstelling van de beperkingen leiden.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten over zijn angstklachten en sociale fobie, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de rechtbank. De Raad concludeerde dat de medische beoordeling en de selectie van passende functies adequaat waren en dat appellant nog in staat is tot loonvormende arbeid in een geschikte werkomgeving.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wordt bevestigd.